Ruilen misschien?

„Wat kunnen we jullie geven?” vroeg Bertha. Balthazar schudde zijn hoofd. „Geeft niet. Ons maakt het niet uit. We houden wel van wat Oosterse mystiek, maar alles is goed.” Balthazar en Mathilda waren 50 jaar getrouwd en het beloofde een groot feest te worden. Balthazar had het zaaltje van de plaatselijke pingpong vereniging afgehuurd en de hele familie was uitgenodigd. Iedereen kwam netjes vragen of ze nog een presentje mee moesten nemen. Maar Balthazar liet het graag over aan de inspiratie en creativiteit van zijn genodigden en zei telkens hetzelfde. „Ons maakt het niet uit.” Uiteindelijk werd besloten dat zwager Wouter het hele gebeuren zou coördineren. En zo kwam het dat iedereen die iets wilde meebrengen om het gelukkige echtpaar in de bloemetjes te zetten eerst bij Wouter langs moest om de juiste informatie in te winnen. „Ze houden toch zo van Oosterse dingen?” vroeg Bertha. „Een Marokkaanse lamp misschien. Of iets Arabisch?” „Nee hoor,” zei Wouter steevast tegen iedereen die bij hem kwam om raad te vragen. Wouter had een hekel aan al dat oosterse gedoe en vond dat niet passen bij een 50-jarig huwelijk. „Dat hebben ze allemaal al. Doe maar een donatie in deze doos voor de feestvarkens en koop iets kleins voor de gezelligheid. Iets echt leuks. Volg je hart. „Mijn hart?” vroeg Bertha. „Ja, je hart. Kijk eens in de Action of het Kruidvat. Daar kom je nog eens leuke dingen en betaalbare dingen tegen.” Bertha haalde haar portemonnee tevoorschijn en stopte zuchtend 20 Euro in de doos. En nu nog een goedkope prul uit de Action? En zo stroopte Bertha een dag voor het grote feest de Action af op zoek naar iets leuks. Na lang wikken en wegen besloot ze een fluwelen rendierkop te kopen. Dat beest grijnsde vriendelijk en je kon het met een haakje mooi tegen de muur bevestigen. Ze was bijna voor de grijze lantaarn gegaan, waar je een waxine lichtje in kon doen, maar nee…dat rendier was beter. Opgewekt stapte Bertha de volgende avond de fel verlichte pingpongzaal binnen. Echt gezellig was het er niet. Aan de muren hingen grote, zwarte gordijnen die alles bedekten en er stonden grote tafels voor, zodat je er niet achter kon kijken. Vreemd. De eettafel in het midden zag er echter geweldig uit, met grote damasten tafellakens en zilveren kaarsenhouders. Ook Mathilde en Balthazar zagen er goed uit. Balthazar in zijn beste pak met een vlinderstrikje en Mathilde droeg een prachtige lange jurk die sierlijk over de vloer sleepte. „Hallo, Balthazar. Gefeliciteerd,” zei Bertha opgewekt en overhandigde het netjes ingepakte, grijnzende rendier. Mathilde keek geanimeerd toe terwijl Balthazar het uitpakte. „Asjemenou…Een rendierkop.” Toen zag Bertha tot haar schrik dat er op de tafel achter haar al zes van die rendierkoppen stonden. Allemaal uit de Action en ze grijnsden allemaal even breed. Er stonden warempel ook drie van die grijze lantaarns. Wouter schuifelde verlegen met zijn schoenen en keek naar de grond toen Bertha hem een boze blik toewierp. „Leuk, al die rendieren,” zei Balthazar geforceerd. „Niet echt oosters, maar wel leuk.” Toen gingen alle lichten uit. De muziek stopte en de koffiemachine hield op met pruttelen. Was er kortsluiting? Niemand wist het en iedereen stommelde in het duister of probeerde met aanstekers te zien wat er gebeurde. Was iemand de gordijnen aan het weghalen? Bertha begreep er niets van. „Licht…!” schreeuwde iemand zenuwachtig. En toen opeens was er weer licht. Niet het felle licht van de zaal. Dat was nog steeds uit, maar overal aan de zijkant schenen de meest wonderlijke oosterse lampen. De hele pingpongzaal was veranderd. Prachtige Marokkaanse, Turkse en Arabische lampen wierpen hun mysterieuze licht in de zaal. Wat een mystiek en wat een verademing. Dit was niet langer een pingpong zaal; hij was nu omgetoverd tot een waar paleis, dat zo uit de sprookjes van duizend-en-één-nacht had kunnen komen. Drie Arabische muzikanten speelden oosterse melodieën en Wouter glunderde. „Verrassing!” zei hij terwijl hij Balthazar op zijn rug sloeg. “50 jaar getrouwd is niet zomaar een mijlpaal. Dat is heel bijzonder en daarom een speciale verrassing.” Toen wenkte hij naar een kleine, gedrongen man met een grote snor, die naar hen toeliep. „Dit is Omar,” zei Wouter. „Omar is mijn grote vriend van de oosterse lampenwinkel en hij heeft voor deze speciale gebeurtenis zijn beste lampen uitgeleend.” „En voor een speciale prijs,” gniffelde Omar, terwijl hij Balthazar en Mathilde de hand schudde. „Wat een mooie rendieren trouwens,” sprak Omar, terwijl hij de grijnzende dieren over hun pluche koppen streelde. „Die wil ik wel van je overnemen.” “Ruilen misschien…zei Mathilda hoopvol…voor een mooie Turkse lamp misschien?”